Het nut van modellen in interculturele communicatie

model bricksWanneer ik een training interculturele communicatie geef, dan gebruik ik bijna altijd een model om cultuurverschillen uit te leggen. Een model is niet van toepassing op alle situaties, generaliseert en doet ook absoluut geen recht aan de complexiteit van communicatieprocessen.

Ondanks deze nadelen worden modellen veel gebruikt in zowel onderwijs als in werkprocessen, in alle branches en disciplines. Waarom dan? Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, en helpt daarmee onze hersenen om nieuwe informatie te onthouden, organiseren en te interpreteren. Vergelijk dit met je computer: Als je alle documenten, foto’s, video’s en programma’s geen naam zou geven en allemaal op je harde schijf zou opslaan, dan zou je binnen de kortste keren niets meer terug kunnen vinden. De informatie is er dan wel, maar je hebt er geen toegang toe, dus in de praktijk heb je er niets aan.

Als ik een training geef en informatie deel over cultuurverschillen, focus in de communicatie en het interpreteren van gedrag, maar hier geen enkele ordening of structuur in aanbreng, dan zullen de deelnemers misschien wel een gezellige dag hebben maar ze zullen nog geen 5% kunnen onthouden van de informatie (en die 5% zullen we waarschijnlijk alleen onthouden omdat ze de link kunnen leggen met iets dat ze al weten).

Het doel van een training is dat de deelnemers er iets van opsteken; dus informatie onthouden en (en/of) vaardigheden trainen. Daarom gebruik ik verschillende technieken om dit proces te ondersteunen, en een daarvan is het structureren van informatie door middel van een model.

Als je de modellen van de vijf meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van onderzoek naar cultuurverschillen neemt, dan heb je al 32 cultuurverschillen. Deze zijn allemaal onderzocht, geanalyseerd, geposeerd en geverifieerd, dus ‘echt’. Maar ze zijn niet allemaal tot dezelfde cultuurverschillen gekomen. Hofstede’s model heeft 6 dimensies, Lewis 3, Trompenaars 8, en ga zo maar verder.

Het mooie hiervan is dat je een ander model kunt kiezen afhankelijk van de behoefte van de groep. Heeft de groep informatie nodig over communicatiestijlen? Gaat het alleen over zakelijke communicatie of ook over privé-situaties? Hebben de deelnemers al basiskennis over culturen en cultuurverschillen? Welke competenties moeten er getraind worden en hoe veel tijd hebben we tot onze beschikking? Het samenspel van deze factoren bepaalt de keuze voor een model, een deel van een model, of soms een mix van onderdelen.

Sommige wetenschappers vinden het incorrect dat ik voor een model kan kiezen waar ook kritiek op is (kent u een model dat door niemand in twijfel wordt getrokken?) of dat ik soms niet alle dimensies van een model uitleg en daarmee niet alle facetten die interculturele communicatie beïnvloeden, uitleg. Ik vind dat een model een hulpmiddel is, geen doel op zich. Een model biedt structuur om informatie in de hersenen op te slaan en die informatie dient weer als basis voor het verkrijgen van vaardigheden. Want kennis is leuk, maar wat je met de kennis doet bepaalt jouw effectiviteit. Elkaar goed begrijpen, een boodschap kunnen interpreteren zoals hij door de ander bedoelt is, dát is het doel van alle communicatie – en daar zit interculturele communicatie bij inbegrepen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.