Zijn aandoeningen cultureel?

Aandoeningen raken in en uit de mode. Op dit moment is de mode-aandoening voor kinderen – speciaal jongens- AD(H)D. In de Verenigde Staten is het percentage kinderen dat gediagnosticeerd is met ADHD in 8 jaar tijd toegenomen met 42% tot een aantal van 11% van de populatie. In Mexico is het aantal gestegen van 1 op 10.000 in de jaren 50 naar 12% nu, terwijl in Spanje 75% van de kinderen met ADHD  niet gediagnosticeerd is. Nederlandse kinderen zijn blijkbaar van een andere orde, want GGZ Nederland schat dat (maar?) 3-5% van de kinderen ADHD heeft.

Hoe kan het nou dat deze percentages zo ver uiteenlopen? Ten eerste moet een ziektebeeld bestaan en moeten behandelend artsen bekend zijn met de aandoening- vandaar misschien dat er in de jaren 50 nog bijna geen Mexicaanse kinderen waren met deze aandoening. Bekendheid in medische kringen is dus een voorwaarde, maar daarna komt bekendheid bij het publiek. Het is bekend dat als er in de media veel aandacht wordt besteed aan een bepaalde aandoening, er meer mensen medische hulp zoeken omdat ze denken dat ze deze aandoening hebben.

Is dat alles? Zeker in het geval van gedragsgerelateerde aandoeningen, kan cultuur ook van invloed zijn. Wanneer wordt bepaald gedrag als afwijkend beschouwd? Wanneer heeft de omgeving het gevoel dat er ‘iets aan gedaan’ moet worden?

De publiciteit rond ADHD heeft hier op kantoor tot huiskamerpsychologische discussies geleid, met als uitkomst de theorie dat landen die meer emotie in communicatie laten zien, minder snel ‘druk zijn’ als probleemgedrag zullen betitelen. Klinkt logisch, en vandaar het idee van deze blog.

Helaas is deze theorie snel en overtuigend onderuit gehaald, want zoals je hierboven kunt lezen heeft een korte zoektocht op internet (in drie talen, dat wel) al uitgewezen dat een uitgesproken expressieve cultuur als de Mexicaanse cultuur het hoogste percentage gediagnosticeerde kinderen heeft, en het redelijk ingetogen Nederland veruit het laagste percentage! Jammer. Wat nu?

Een tweede ronde theoretiseren (dit keer met een glas wijn erbij) leidde tot ideeën voor culturele invloed van de score onzekerheidsvermijding, feiten-oriëntatie, en ascriberende culturen… helaas konden we ook hier geen eenduidige link leggen tussen de culturele scores en de percentages ADHD patiënten.

Nu was het tijd om de wetenschappelijke artikelen erbij te betrekken, en we zijn erachter gekomen dat de percentages gediagnosticeerde patiënten voornamelijk variëren op basis van de  gebruikte methode – er worden namelijk verschillende methodes gehanteerd!

Het enige aspect waar cultuur om de hoek komt kijken, is de vraag wanneer gedrag als afwijkend wordt ervaren. Als we een lijn trekken, maar aan het ene uiterste ‘druk’ en aan het andere uiterste ‘rustig’, wanneer begint dan ‘te druk’ (als in; moet wat aan gedaan worden)? Dat zou nog wel eens bepaald kunnen worden door de omstandigheden. Een kind dat maar 3 uur per dag naar school gaat en daarna mee op het land gaat werken, zal waarschijnlijk minder snel als te druk ervaren worden dan een kind met dezelfde dispositie die van 8 tot 5 in de schoolbanken zit. Maar goed, dit aspect was dus maar een hele kleine factor in het geheel van factoren die de percentages ADHD kinderen bepalen.

Ik heb besloten om deze blog toch te plaatsen – ondanks dat er dus geen sterk argument is voor de vraag in de titel, omdat het maar weer eens bewijst hoezeer men aan beroepsdeformatie kan leiden. Omdat we de hele dag met cultuurverschillen bezig zijn, hebben we de neiging om alle verschillen tussen culturele groepen die we tegenkomen, meteen te willen verklaren met culturele dimensies. Er is nog meer in het leven dan cultuur!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.