Wat is cultuur?

Om te kunnen begrijpen waardoor dat komt moet ik eerst uitleggen uit welke lagen ‘cultuur’ eigenlijk bestaat. Geert Hofstede, een van de meest gerenommeerde onderzoekers op het gebied van culturele verschillen, vergelijkt cultuur met de schillen van een ui. Deze lopen van zichtbaar naar onzichtbaar, van de buitenste schil naar de kern:

De buitenste laag van de ui – de van buitenaf zichtbare schillen, staan voor de ‘oppervlakkige uitdrukkingen’, de zichtbare en tastbare uitdrukkingen, symbolen en rituelen van een cultuur. Als u als toerist naar een ander land reist, krijgt u vooral te maken met oppervlakkige uitdrukkingen van die cultuur. Dit zijn bijvoorbeeld klederdracht, eten, bouwstijlen, culturele en religieuze feesten.

Daaronder bevinden zich andere schillen, deze zijn de normen en waarden van een cultuur. Dit zijn de regels voor ‘goed gedrag’ waarvan de oppervlakkige uitdrukkingen de gevolgen zijn. Wat is ‘netjes’, hoe hoort men zich te gedragen? Voorbeelden hiervan zijn; punctualiteit; respect voor oudere mensen; conservatieve kleding; met twee woorden spreken; de rechterhand als ‘schone’ hand en de linkerhand als ‘vuile’ hand.

“Helemaal binnen in de ui, in de kern,
goed beschermd en afgeschermd van de buitenkant,
zitten de grondaannamen.”

Grondaannamen zijn basale opvattingen over goed en kwaad, normaal en abnormaal, die verbonden zijn aan zeer fundamentele zaken. Zij zijn zo fundamenteel, dat ze normaal gesproken niet besproken worden door mensen. Mensen zijn zich niet bewust van hun eigen grondaannamen, laat staan van de mogelijkheid dat deze voor andere mensen wel eens anders zouden kunnen zijn. Grondaannamen zijn de dingen die ‘gewoon zijn zoals ze zijn’. Voorbeelden hiervan zijn: het doden van andere mensen is nooit acceptabel (versus ‘er kunnen omstandigheden zijn die moord acceptabel maken’); sommige mensen zijn beter dan anderen (versus ‘mensen zijn in principe gelijk’); de wereld is in principe rationeel (versus ‘er kunnen elk moment irrationele dingen gebeuren’).

Terug naar de stelling aan het begin van deze les: als u een oppervlakkige uitdrukking ziet, weet u dan ook welke norm daar aan ten grondslag ligt? Zo niet, kunt u dan conclusies verbinden aan het gedrag van mensen?

Bijvoorbeeld; Je bent linkshandig en je bent op reis in India. In India wordt gewoonlijk met de handen gegeten. Je gaat een hapje eten in een restaurant en voor je gaat eten ga je netjes je handen wassen. Je eet met je linkerhand (want je bent linkshandig). Niets mis mee, toch? Nee, niet voor ons Nederlanders! Maar de Indier aan de tafel naast u kan zijn ogen waarschijnlijk niet geloven. In India wordt de linkerhand als vieze hand gezien.

Hij ziet u met uw vieze hand eten, en zal dit waarschijnlijk interpreteren als een grove belediging van het eten (u behandelt het eten alsof het vuil is), u heeft geen zelfrespect (als je je eten in je mond stopt met de hand die gebruikt wordt om jezelf af te vegen na toiletbezoek dan kan je blijkbaar niets meer schelen), of een volkomen onopgevoed persoon (wie is deze persoon als niemand hem geleerd heeft zich netjes te gedragen).

Trekt de Indier de juiste conclusies? Nee! Waarom? Omdat jouw normen en waarden niet gekoppeld zijn aan met welke hand je eet. Maar dat is wel zo voor de Indier! Voor hem is dit normaal. Maar zijn normaal is dus niet jouw normaal!

Op het moment dat je accepteert dat je niet zo maar gedrag van mensen uit andere culturen als ‘goed’ of ‘fout’ kunt labellen als je niet weet wat er aan ten grondslag ligt, dan heb je de juiste instelling voor interculturele communicatie.Probeer positief tegenover afwijkend gedrag te staan en te begrijpen waarom iemand iets doet of zegt. Wanneer je het begrijpt kun je het altijd nog afwijzen.

 

 

 

Gerelateerde diensten